Zo veranderde de Belgische consumptie van vis en vlees in 2025
VLAM-cijfers tonen hoe de Belg vandaag vis en vlees consumeert
Hoeveel vis komt er nog op tafel? Blijft vlees onaantastbaar aan de top? Op basis van de meest recente cijfers van VLAM, uitgevoerd door YouGov en iVox, bespreken we in dit eerste deel de consumptietrends van 2025 voor twee zwaargewichten in ons voedingspatroon: vis, week- en schaaldieren enerzijds, en vlees en gevogelte anderzijds.
Vis, week en schaaldieren
De Belg kiest niet elke dag voor vis, maar wanneer hij dat wel doet, is dat opvallend vaak buiten de eigen keuken. Op restaurant, bij familie of onderweg: vis wordt duidelijk anders geconsumeerd dan vlees. Op een gemiddelde dag in 2025 at 11% van de Belgen onbewerkte vis, week- of schaaldieren, en slechts 66% van dat verbruik vond thuis plaats tegenover 78% bij vlees. Kabeljauw en zalm blijven trouwe gasten aan de eigen tafel, terwijl noordzeevis eerder op restaurant of elders wordt gegeten.
Voorzichtig herstel
Na jaren van dalend thuisverbruik was er in 2025 goed nieuws: een groei van 4%, goed voor 4,3 kg per persoon en een omzet van 792 miljoen euro. Maar liefst 91% van de Belgische gezinnen kocht dat jaar verse of bevroren vis, week- of schaaldieren, gemiddeld 14 keer per jaar. Die heropleving heeft vooral één winnaar: zalm, waarvan het aandeel kopende gezinnen steeg van 24% in 2016 naar 42% in 2025, samen met een groeiende populariteit van mosselen.
Noordzeevis verliest terrein
Niet alle vis profiteert van die opleving. Noordzeevis blijft terrein verliezen: het verbruik daalde van 0,58 kg per persoon in 2016 naar 0,40 kg in 2024 en 0,37 kg in 2025. Die achteruitgang is zowel te wijten aan minder kopende gezinnen (nog maar 40%) als aan een lagere aankoopfrequentie binnen die groep (gemiddeld 4,8 keer per jaar).
Mosselen in de lift, garnalen onder druk
Bij verse week- en schaaldieren was er in 2025 een volumetoename van 8%, na een jarenlange dalende trend. Dit komt grotendeels dankzij mosselen, die zowel meer kopers als een hogere aankoopfrequentie optekenden. Garnalen staan echter onder grote druk: door een prijsstijging van 11% in 2025 daalden zowel het aantal kopers als de aankoopfrequentie. Daardoor viel het volume per capita terug van 0,17 kg in 2022 naar 0,10 kg in 2025, een daling van 43%.
Bij diepvries bleef het beeld stabieler. Het thuisverbruik van diepvriesvis daalde licht met 1% tot 0,50 kg per capita, terwijl diepgevroren week- en schaaldieren de voorbije jaren rond 0,5 kg per capita bleven schommelen.
Hard discount
Meer dan de helft van het volume verse en bevroren vis, week- en schaaldieren wordt aangekocht bij grotere supermarkten zoals Colruyt, Carrefour, AD Delhaize en Albert Heijn. Toch verloren die ketens in 2025 terrein aan hard discount (Aldi en Lidl), dat nu 27% van de markt inneemt.
Visspeciaalzaken zakten naar een volumeaandeel van 7%, terwijl markten licht groeiden naar 3%. Bij verse vis ligt dat anders: daar houden speciaalzaken en markten een sterker aandeel, terwijl hard discount minder scoort. Dat effect is nog duidelijker bij noordzeevis, waar hard discount slechts 11% van het volume voor zijn rekening neemt, tegenover 24% voor speciaalzaken en 14% voor markten.
Wie koopt vis en waarom?
Vlamingen kopen vaker vis dan de rest van het land, en het aantal koopmomenten stijgt met de leeftijd van de gezinsverantwoordelijke en de sociale klasse van het gezin. Tweepersoonsgezinnen zijn de meest frequente kopers, eenpersoonsgezinnen de minst frequente. De prijs blijft weliswaar de grootste drempel om vaker vis te eten terwijl smaak en gezondheid de belangrijkste redenen zijn om er wél voor te kiezen. Opvallend: consumenten tonen steeds meer waardering voor de inspanningen van de Belgische visserijsector op het vlak van milieu en dierenwelzijn.
Vlees en gevogelte
Vlees is en blijft een vast onderdeel van het Belgische menu: 54% van de Belgen tussen 18 en 64 jaar eet minstens vier keer per week vlees of gevogelte. Die eetfrequentie ligt hoger in Vlaanderen (3,9 keer) dan in Wallonië (3,4 keer) en Brussel (2,9 keer).
Het grootste deel van die consumptie komt uit de retail: 73% van de keren dat er in 2025 vlees of gevogelte werd gegeten, was dit aangekocht in supermarkten of speciaalzaken. Thuisverbruik dekt dus driekwart van de totale vleesconsumptie en bleef in 2025 stabiel op 28,4 kg per capita. Daarbij belanden varkensvlees, kip en vleesmengelingen vaker op het thuisbord (met een thuisverbruikaandeel van respectievelijk 80%, 79% en 79%) dan rund- en kalfsvlees (69% en 62%). Die laatste worden in verhouding vaker buitenshuis worden gegeten, bijvoorbeeld in horeca.
Prijsstijging beïnvloedt aankoopfrequentie
Gemiddeld eten Belgische gezinnen 58 keer per jaar vlees en gevogelte, een aankoopfrequentie die licht terugviel. Die terugval hangt wellicht samen met de prijs: die steeg in 2025 met 4% tot 11,84 euro per kg. Ondanks de lagere aankoopfrequentie steeg de totale omzet van vlees en gevogelte binnen het thuisverbruik daardoor tot 3,9 miljard euro.
Vlees houdt stand
Binnen de totale korf 'vlees-vis-vegetarisch' behouden vlees en gevogelte veruit het grootste volumeaandeel met 83%, tegenover 13% voor vis, week- en schaaldieren en amper 4% voor eiwitrijke peulvruchten en plantaardige alternatieven voor vlees.
Die plantaardige alternatieven (zoals seitan, quorn, groenteburgers en vleesimitaties) kenden op langere termijn nochtans een stijgende trend van 0,4 kg per capita in 2016 tot 0,6 kg in 2024. In 2025 volgde een daling van 9% tot 0,5 kg per capita. Die terugval is zowel te wijten aan minder kopende gezinnen (van 36% naar 33%) als aan een lagere aankoopfrequentie (van 8,6 naar 8,1 keer).
Eiwitrijke peulvruchten zoals bonen, kikkererwten en linzen doen het dan weer beter: na een dalende trend tussen 2016 en 2023 volgde een stijging in 2024 en 2025, met in 2025 een toename van 9% tot 1,0 kg per capita, vooral dankzij meer kopende gezinnen. 62% van de Belgische gezinnen kocht in 2025 minstens één keer dit soort peulvruchten.
Kip aan kop
Kip voert de boventoon met een volumeaandeel van 33%, gevolgd door vleesmengelingen (21%) en varkensvlees (21%). Regionaal zijn er duidelijke verschillen: in Vlaanderen ligt het aandeel kip hoger, terwijl in Wallonië relatief vaker voor rundsvlees wordt gekozen. Brussel onderscheidt zich door een sterkere voorkeur voor zowel kip als rundsvlees.
Het thuisverbruik van kip steeg in 2025 met 4% tot 9,4 kg per capita. Rundvlees kende daarentegen, na een licht stijgend thuisverbruik in 2023 en 2024, een daling van 8% tot 4,1 kg per capita in 2025 - vermoedelijk als gevolg van de prijs, die met 14% steeg tegenover 2024. Ook kalfsvlees werd fors duurder (+11%), waardoor de dalende trend in thuisverbruik zich verderzette. Varkensvlees fluctueert van jaar tot jaar, met een lichte stijging van 1% in 2025. Frappant is dat het thuisverbruik van varkensvlees lijkt toe te nemen in periodes van hogere inflatie. Vleesmengelingen, die in 2023 en 2024 nog stegen, daalden in 2025 licht met 1% tot 6,1 kg per capita.
Bewerkt vlees
Bijna twee derde van het aangekochte vlees en gevogelte bestaat inmiddels uit bewerkt vlees zoals gehakt, worst en gepaneerde of gemarineerde producten. Dat aandeel neemt de laatste jaren toe, met gehakt als uitgesproken winnend segment.
Ook hybride vlees - waarbij vlees wordt gecombineerd met plantaardige ingrediënten - kende in 2025 een stijgend aantal introducties op de winkelvloer, vooral binnen hard discount. Toch bleef de doorbraak bij de consument beperkt: 4% van de Belgische gezinnen kocht in 2025 minstens één keer hybride vlees, en slechts de helft van hen deed dat meermaals, goed voor een gemiddelde aankoopfrequentie van 1,6 keer per jaar.
Waar kopen we ons vlees?
Hard discount wint jaar na jaar aan volumeaandeel binnen vlees en gevogelte. Het volumeaandeel van de slagers is op langere termijn dalend, maar bleef in 2025 uitzonderlijk stabiel: met 15% blijven zij een belangrijk aankoopkanaal. Het aandeel van de korte keten blijft daarentegen zeer beperkt.
Kant-en-klare maaltijden
Stoofvlees en vol-au-vent zijn geen onbekenden op ons bord. Het thuisverbruik van zulke vleesbereidingen zijn dan ook de afgelopen jaren populairder geworden: van 1,1 kg per persoon in 2016 tot 1,7 kg in 2025. Drukke agenda's zorgen ook voor een stijging van kant-en-klare maaltijden met vlees en gevogelte, goed voor 4,0 kg per capita in 2025.
Opvallend is dat het thuisverbruik van vleeswaren (bv. ham en salami) op langere termijn een lichte daling vertoont. Maar in 2025 bleef dat thuisverbruik wel stabiel op 10,2 kg per capita.
Inlandse herkomst
Slechts 10% van de Belgen staat negatief tegenover vlees: voor de meerderheid blijft het een lekker, vertrouwd en voedzaam onderdeel van het dagelijkse eetpatroon. Bovendien wordt vlees als goedkoper beschouwd dan vis en plantaardige alternatieven
Ook de herkomst van vlees speelt een belangrijke rol bij de vleeskeuze. Maar liefst 96% van de Belgen geeft aan een (sterke) voorkeur te hebben voor inlands vlees, dat wordt geassocieerd met sterk gecontroleerd en veilig. Daarnaast vinden Belgen inlands vlees ook milieuvriendelijker en wil men de lokale economie steunen. Die houding ten aanzien van inlands vlees is de voorbije 10 jaar positief geëvolueerd.
Bekijk hier de volledige rapporten.