‘Made in’ voorkomen door promoten lokale vlees- of eiwitproductie
"Meerwaardecreatie in België houden"

Plusminus 85 jaar geleden ontstond Fenavian, de Federatie van de verwerking van vlees en andere eiwitten, wat tot op heden een van de oudste federaties van België vormt. Deels vanuit een vakkundige nood om zich te verenigen met andere bedrijven, deels vanuit een drang om zich te willen professionaliseren. Anneleen Vandewynckel, directeur van Fenavian, vormt binnen de voedingssector het aanspreekpunt voor veel belanghebbenden, intern en extern, waarbij zij dagelijks vragen beantwoordt over thematieken zoals export, kwaliteitssystemen, lastenboeken, ingrediënten en productie tot personeelszaken. Vandaag gaat ze met ons in gesprek.
Federatie voor ondernemingen
Ondernemen anno 2023 valt niet meer te vergelijken met het ondernemerschap van 80 jaar geleden. Het is een steeds complexer wordende bezigheid die je als zelfstandig ondernemer nog amper alleen kan dragen. "Om nog een weg te vinden in de wetgeving over wat kan en wat niet, beslissen bedrijven zich aan te sluiten bij een federatie. In plaats van dat jouw personeel uren moet zoeken naar een antwoord, is het soms via een belletje of mailtje opgelost bij ons omdat we de vraag regelmatig krijgen. Enerzijds bieden we hulp en bijstand aan, anderzijds verhoogt het de weerbaarheid van bedrijven. Mensen sluiten zich aan bij een federatie omdat ze vooruit willen, zich willen professionaliseren en gaan voor een samenwerking", verwoordt Anneleen Vandewynckel.
Vlees en andere eiwitten
Fenavian is de Federatie van de verwerking van vlees en andere eiwitten en spitst zich met deze titel toe op alle bedrijven die vlees verwerken, inclusief de bedrijven die zich bezighouden met de verwerking van andere eiwitten. Het samengaan van die twee vormt een logische stap volgens Anneleen: “Of het nu met de grondstof ‘vlees’ of een andere grondstof is, wij hebben zowel de expertise, machines als het personeel in huis. Die link was dus duidelijk, voornamelijk vanuit het oogpunt dat wij ook mensen willen aanspreken die hun aanbod op plantaardige producten toespitsen. Ik wil dat ook deze bedrijven naar ons komen, zodat de meerwaardecreatie in België gebeurt.”
Uitdagingen in de vleessector
transparantie
In het retaillandschap zien we vandaag dat ongeveer 85 procent van de vlees- en eiwitproducten een private label hebben. Opvallend hierbij is dat steeds meer retailers uit het buitenland sourcen, waarbij de transparantie over het land van afkomst vaak ontbreekt. Deze is namelijk niet altijd van de verpakking af te lezen vermits de laatste verwerkingsstap frequent in België gebeurt en hierdoor een Belgisch erkenningsnummer krijgt. Desondanks kan het vlees nog steeds van bijvoorbeeld Duitsland afkomstig zijn, wat de doelstelling om lokale productie te promoten in gedrang brengt.
hoge loonkosten
“Op dit moment hebben wij reeds een grote loonkostenhandicap, waar er momenteel nog een schepje bovenop komt met de tien procent indexering die er nu bijkomt.” Door de automatische loonindexatie komt er namelijk vanaf januari 2023 voor verschillende sectoren, waaronder die van horeca en voedingsnijverheid, een indexering van meer dan 10 procent. Een ongezien hoog percentage in vergelijking met voorgaande jaren waar de indexering een percentage van minder dan 2 procent bedroeg. “De dierensector betreffende veevoeder, veeboeren, slachthuizen, verwerkingsbedrijven, slagers en mensen die in deze bedrijven tewerkgesteld zijn, vormt de grootste in België. Als je als retailer dan nog beslist om voor buitenlandse producten te kiezen, dan geef je de genadeslag aan de hele sector, aan veel werkgelegenheid in België en aan meerwaardecreatie, wat ons land net sterk maakt”, verwoordt Anneleen.
Inperking op kwaliteit
"Er is geen enkel product waar er zo veel tegen gebasht wordt als tegen vlees. We beseffen niet altijd wat voor een fantastisch product vlees eigenlijk is. Als we kijken naar het marktaandeel van vegetarische producten en die van vleesvervangers, dan zien we dat een alternatief product voor vlees, vlees niet vervangt. Deze alternatieven zijn vaak koolhydraatvervangers, maar geen eiwitvervangers. Vlees blijft overeind ondanks de kritiek die het moet doorstaan, dat bewijst hoe een waardevol product het is." Anneleen voegt hieraan toe dat de kwaliteit van onze intrinsieke vleesproducten uitmuntend is en dat het in vergelijking met sommige andere landen er met kop en schouders bovenuit steekt. Niettemin bestaat vandaag de trend van de verheerlijking voor goedkopere producten, waardoor ons eigen aanbod vaak uit de boot valt. "Als je kiest voor een product dat uit een ander land afkomstig is, dan kies je voor de aftakeling van het Belgisch culinair patrimonium", aldus Anneleen.
negatieve bijklank 'industrieel'
Hoewel slagers steevast achter het verwerken van hun eigen producten staan, is dit volgens Anneleen vandaag nog nauwelijks mogelijk: "Je kan niet meer rendabel zijn, voedselveilig en alles maken volgens een bepaalde productkwaliteit omdat er zo'n breed gamma is. Vandaar dat vele slagers een beperkt aanbod zelf maken en tot in de puntjes controleren, maar ook steeds meer vertrouwen hebben in industriële verwerking. Industrieel klinkt niet positief, maar eigenlijk maken wij de artisanale producten op dezelfde manier als de slager, maar dan gewoon op grotere schaal. Slagers begrijpen dat deze manier leidt tot minder food waste en dat dit een meer kwaliteitsvolle controle van de grondstoffen mogelijk maakt. Als er in een winkel iets misloopt met een vleesproduct dan kan men op een halve dag traceren tot welk varken en in welke stal dit probleem zich nestelt." Alles wordt afgemeten, temperatuur staat steeds op dezelfde hoogte en de tijd van garing is steevast dezelfde.
lokaal is België, Noord-Nederland en Noord-Frankrijk
Als we terugkijken naar de voorbije jaren, dan kunnen we met zekerheid zeggen dat de termen 'lokaal' en 'duurzaam' legio keer over de tong rolden bij tal van bedrijven. Wat 'lokaal' betreft, klinkt het als een sprookjesconcept waarin je amper 5 kilometer hoeft te gaan om een koppel verse wortelen te scoren. "Lokaal is niet enkel met de fiets algauw naar de boer om de hoek gaan, niet dat ik er iets op tegen heb, maar lokaal is België, Noord-Nederland en Noord-Frankrijk. Dat is niet enkel 100 kilometer rond de kerktoren, dat gaat over België. Er is bij ons wel het engagement om bij voorkeur te kiezen voor Belgische leveranciers van producten, maar kan dat altijd? Neen. Denk bijvoorbeeld aan vet. Er is niet voldoende vet beschikbaar in België omdat onze varkens van nature een magere soort zijn. Maar toch is er nog dat streven om waar mogelijk Belgische producten de voorkeur te geven. Bij enkele retailers zien we echter lijdzaam toe hoe zij liever Europees tenderen."
Bewustwording komt traag op gang
Hoewel de werkende populatie binnen de vleesindustrie zich steeds meer bewust wordt van lokaliteit, is dat in de retailsector niet altijd het geval. "De retailers zijn nog te veel bezig met de prijs, omzet en winstmarges. Om de grote merken, die vaak in het buitenland geproduceerd worden, zo goedkoop mogelijk aan te bieden, zijn daar lagere winstmarges op. Met als gevolg dat ze grotere winstmarges maken op onze producten en dat is geen duurzaam model te noemen. Wij ondernemen duurzaam, hebben aandacht voor dierenwelzijn en gezonde voeding, maar onze overheid legt ons tal van druk op om minder vet en zout in voeding te integreren. Dat heeft zijn grenzen als je ziet dat het aanbod Italiaanse charcuterie in onze winkel verhoogd is, waar tevens geen zout- of vetreductie aan te pas is gekomen. Dat is allesbehalve fair. We krijgen te weinig morele ondersteuning, zowel van de overheid als vanuit de retailsector. En toch geloof ik nog steeds in onze bedrijven, en in vleeswaren van bij ons", sluit Anneleen af.
Meer info over Fenavian lees je op fenavian.be

